BCO viert dit schooljaar haar 50-jarig jubileum. Wat begon in 1975 als een kleine onderwijsbegeleidingsdienst in Noord-Limburg, is uitgegroeid tot een organisatie met circa 100 medewerkers die kinderopvang, scholen en gemeenten helpt om het beste uit kinderen, leerlingen én zichzelf te halen. Hoe zag die reis eruit? En wat maakt BCO nog steeds uniek? We spraken vijf oud-collega’s die samen meer dan 180 jaar ervaring hebben: Jan Raedts, Rob van den Broek, Francien van den Bosch, Jan-Jos Janssen en Fer Hoedemaekers.
Een uitdagende start
Augustus 1975: de officiële oprichting van de Onderwijsbegeleidingsdienst (OBD). Het eerste kantoor? Een leegstaand internaat boven het huidige Valuascollege in Venlo. De bezetting? Een directeur, een secretaresse, een orthopedagoog en vier onderwijskundige medewerkers. Het vak ‘onderwijsadviseur’ bestond nog niet, wat volgde was een periode van ontdekken en uitproberen. In het begin werd er geduldig op telefoontjes van scholen gewacht, maar die kwamen nauwelijks. Dus stapten de adviseurs zelf op scholen af: “Kunnen we iets voor jullie betekenen?” Dat was nodig, want de weerstand onder de leerkrachten was groot. Scholen zagen de OBD in het begin als een verzwaring van hun taken. Leerkrachten hadden geen idee wat een onderwijsbegeleidingsdienst in die tijd inhield, het winnen van vertrouwen werd de eerste stap. Pas toen leerkrachten merkten dat de adviseurs niet kwamen om te controleren, maar juist om te helpen, kwam er ruimte voor samenwerking.
De eerste projecten gingen over het signaleren van taalachterstanden bij kleuters en het invoeren van nieuwe methodes. Tegelijkertijd lag er een belangrijke landelijke missie: kinderen zo lang mogelijk op de basisschool houden en de doorstroom naar speciaal onderwijs afremmen. Dat betekende niet alleen werken met leerlingen, maar vooral ook leerkrachten sterker maken. Langzaam maar zeker kreeg het vak onderwijsadviseur meer vorm, de opdrachten werden groter, de vraagstukken complexer en steeds vaker ging het niet meer om standaardoplossingen, maar om maatwerktrajecten die echt aansloten bij de behoeften van scholen. Dit vroeg om nieuwe expertises, samenwerking en vertrouwen. BCO groeide niet alleen in omvang, maar ook in betekenis.
Groei en professionalisering
Vanaf de jaren ’90 groeide BCO: van enkele tientallen medewerkers naar meer dan honderd. Er kwam een uitbreiding van het aantal psychologisch assistenten, maar er kwamen ook nieuwe functies bij: orthopedagogen en schoolmaatschappelijk werkers. Intern veranderde er veel: teams werden ingericht, het aanbod werd verfijnd en er kwam meer aandacht voor kennisdeling. Vanaf het begin is persoonlijke groei een belangrijke kernwaarde van de organisatie geweest, en dat is het nog steeds. Medewerkers kregen volop kansen om zich te ontwikkelen. Opleidingen, cursussen en workshops. Die kennis bleef niet bij één persoon maar werd actief gedeeld binnen de organisatie, zodat iedereen daarvan kon profiteren.
“We waren geen controleurs, maar partners. We kwamen niet met een opgeheven vinger, maar met oplossingen die werkten.”
Van subsidie naar marktwerking
Tot 2006 was BCO volledig afhankelijk van subsidies. Elk jaar was het spannend of er voldoende financiering kwam om door te gaan. Toen de subsidies volledig wegvielen, brak er een nieuwe fase aan en moest BCO zichzelf opnieuw uitvinden. Marktgericht werken werd de nieuwe koers: cursussen aanbieden, offertes maken, trainingen ontwikkelen. Dat was spannend, maar ook een kans om een zelfstandige en professionele organisatie te worden.
BCO liep hierin voorop. Door vroegtijdig te denken in dagdelen en een helder, transparant aanbod te maken, groeide het vertrouwen van scholen. Het was een periode van les en innovatie: “We moesten leren denken als een bedrijf, en dat gaf nieuwe energie. We waren trots dat we het redden terwijl anderen omvielen.”
“BCO heeft altijd vooruitgekeken: we durven nieuwe wegen in te slaan.”
Het DNA van BCO
Wat alle verhalen van onze oud-collega’s gemeen hebben, is de cultuur van betrokkenheid en lef bij BCO. BCO was, en is, een organisatie waar mensen samen de schouders eronder zetten. Waar vernieuwing niet iets is van de directie, maar van iedereen: BCO is een organisatie die nieuwe wegen durft in te slaan.
Die verbondenheid en trots zijn nog steeds voelbaar. Het gevoel dat je samen iets opbouwt en bijdraagt aan beter onderwijs, dát is het hart van BCO. We hebben ons steeds weten aan te passen aan een veranderende wereld. We luisterden naar onze opdrachtgevers, investeerden in kwaliteit en bleven relevant. We staan voor betrouwbaarheid, kwaliteit en herkenbaarheid. We willen écht van toegevoegde waarde zijn: helpen bij vragen waar kinderopvanglocaties, scholen en gemeenten niet uitkomen. En als een adviseur het antwoord niet weet, staat er een heel team achter hem of haar met de juiste expertise. We bewegen niet blindelings mee met elke vraag. Soms is het nodig om kritisch te zijn, juist dat maakt BCO een betrouwbare partner. Toen, nu en in de toekomst.
“We waren een hechte club. Als het moeilijk werd, zetten we samen de schouders eronder.”
De toekomst
De oud-collega’s zien kansen maar ook uitdagingen. Het is van belang dat we als organisatie onze meerwaarde blijven laten zien: onze deskundigheid, maatwerk en betrouwbaarheid maken het verschil. Het is belangrijk dat we verbonden blijven met onze klanten, relaties blijven versterken en nog meer marktgericht gaan denken. Een ding is zeker: het onderwijs blijft in beweging, en BCO beweegt mee.
BCO begon vijftig jaar geleden met een paar pioniers in een leeg internaat. Tegenwoordig is het een organisatie die kinderopvang, scholen en organisaties helpt om het beste uit kinderen en zichzelf te halen. Wat blijft? Het DNA: lef, betrokkenheid en de wil om samen te werken. Of zoals een oud-collega het mooi verwoordt:
“We waren trots dat we hier werkten. Dat gevoel is er nog steeds.”